Je hebt je woning laten aanpassen. Een rolstoeltoegankelijke badkamer, een verhoogd toilet, een douche zonder drempel — alles is perfect ingericht.
▶Inhoudsopgave
Maar dan gebeurt er iets onverwachts: de bewoner overlijdt, of verhuist naar een verzorgingstehuis. En dan blijft er een opgeknapte woning achter, met aanpassingen die de volgende bewoner misschien helemaal niet nodig heeft.
Wie betaalt nu om alles weer terug te zetten? Dit is een vraag die veel mensen niet stellen — tot het te laat is.
Waarom is dit een probleem?
Woningaanpassingen voor mensen met een beperking kunnen flink oplopen in prijs. Denk aan een rolstoeldouche van 5.000 euro, een verhoging van het toilet voor 1.500 euro, of een complete badkombinatie die makkelijk boven de 10.000 euro uitkomt.
Deze kosten worden vaak (deels) vergoed via de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Wmo, of via een indicatie vanuit de zorg. Maar die vergoeding gaat uit van het idee dat de aanpassingen langdurig nodig zijn.
Als de bewoner overlijdt of verhuist, vervalt die noodzaak. De woning is dan aangepast voor iemand die er niet meer woont. De volgende huurder of koper wil misschien juist een gewone badkamer. En dan rijst de vraag: wie trekt de portemonnee om alles weer terug te bouwen?
Wat zegt de wet?
Het kort antwoord: de wet zegt er verrassend weinig over. Er is geen landelijke regel die zegt dat de verhuurder, de nabestaande of de gemeente verantwoordelijk is voor het terugplaatsen van woningaanpassingen.
Het hangt af van de situatie, het type woning en wat er in contracten staat. Bij huurwoningen geldt over het algemeen het volgende: aanpassingen die met Wmo-geld zijn gemaakt, zijn bedoeld voor de bewoner. Als die bewoner weg is, hoeven de aanpassingen niet per se te blijven bestaan.
De woningcorporatie mag in principe eisen dat de woning in de oude staat wordt teruggebracht — maar wie betaalt daarvoor, staat niet altijd vast. Bij eigendom ligt het anders.
Wie een koophuis heeft aangepast, is zelf verantwoordelijk. Huurders hebben een andere positie; zij moeten rekening houden met rechten bij levensloopbestendige aanpassingen. Als de eigenaar overlijdt, komt de woning (met alle aanpassingen) in de nalatenschap.
De erfgenamen beslissen of ze de aanpassingen behouden of laten verwijderen. De kosten daarvoor vallen dan onder de boedel.
Wie betaalt in de praktijk?
In de praktijk zie je drie scenario's: 1.
De woningcorporatie betaalt niet. De meeste corporaties, zoals Woonbron, Ymere of Vestia, verwachten dat een huurwoning bij het vertrek in de oorspronkelijke staat wordt teruggebracht. Maar ze betalen zelden voor het terugzetten van aanpassingen. Als je vooraf woningaanpassingen bij de corporatie wilt aanvragen, is het verstandig dit goed vast te leggen. Zonder afspraken blijven de kosten bij de nabestaanden of de voormalige bewoner — die er vaak niet meer is. 2.
De gemeente trekt zich terug. De gemeente heeft de aanpassing betaald via de Wmo, maar heeft meestal geen verplichting om het terug te laten zetten. Ze vergoeden de aanpassing voor zolang de bewoner er woont. Soms worden specifieke woningaanpassingen niet vergoed, waardoor je zelf naar een oplossing moet zoeken.
Daarna is het "klaar". 3.
Nabestaanden zitten met de rekening. Helaas is dit het meest voorkomende scenario. Familie van de overledene krijgt te horen dat de woning "in oude staat" moet worden opgeleverd — en dat de kosten voor het verwijderen van aanpassingen voor hun rekening zijn. Dat kan snel 3.000 tot 8.000 euro oplopen, afhankelijk van wat er is aangepast.
Wat kun je doen om dit te voorkomen?
De belangrijkste les: maak afspraken voordat de aanpassing wordt gemaakt. Bespreek met de woningcorporatie of gemeente wat er gebeurt als de bewoner overlijdt of verhuist. Vraag het schrijven. Een briefje of e-mail met afspraken kan later veel geld schelen.
Let ook op de WOZ-waarde. Woningaanpassingen kunnen de WOZ-waarde van een huis beïnvloeden. Bij een koophuis kan het zinvol zijn om met de gemeente af te spreken dat bepaalde aanpassingen "tijdelijk" worden geclassificeerd, zodat ze niet meetellen voor de WOZ-berekening.
En als laatste: overweeg herbruikbare aanpassingen. Er bestaan steeds meer oplossingen die makkelijk te verwijderen zijn, zoals opbergdouches, verhoogde zitjes voor het toilet of losse antislipmatten.
Deze kosten minder om te verwijderen — en soms kunnen ze zelfs mee naar een nieuwe woning.
Het bottomline
Wie betaalt de terugplaatsing van woningaanpassingen na overlijden of verhuizing? Meestal niemand — totdat er een rekening komt.
En dan blijkt dat niemand het had voorzien. Het is een onderwerp dat te weinig besproken wordt, terwijl het direct raakt aan geld, emotie en praktische logistiek in algehele momenten. Neem het gesprek aan voordat de klus begint.
Bespreek het met de corporatie, de gemeente, en zonodig met een juridisch adviseur.
Want het verschil tussen een goede afspraak en geen afspraak, kan duizenden euro's zijn.
Veelgestelde vragen
Wat gebeurt er met woningaanpassingen als de bewoner overlijdt?
Als de bewoner overlijdt, vervalt de noodzaak voor de aanpassingen. De volgende huurder of koper kan ervoor kiezen om de woning zonder de aanpassingen te huren of kopen, waardoor de kosten voor het terugzetten van de oorspronkelijke staat op de verantwoordelijkheid van de erfgenamen of de nieuwe eigenaar vallen.
Hoe worden woningaanpassingen voor mensen met een beperking gefinancierd, en wat gebeurt er met die financiering bij overlijden?
Woningaanpassingen worden vaak gefinancierd via de Wmo, de Wet maatschappelijke ondersteuning, of via een indicatie vanuit de zorg. Echter, als de bewoner overlijdt, vervalt de financiering, en de kosten voor het terugzetten van de oorspronkelijke staat komen voor rekening van de erfgenamen of de nieuwe eigenaar. Het is belangrijk om dit vooraf te bespreken.
Wat is de rol van de woningcorporatie bij het terugzetten van woningaanpassingen na overlijden?
Woningcorporaties verwachten over het algemeen dat een huurwoning bij het vertrek in de oorspronkelijke staat wordt teruggebracht. Ze betalen zelden voor het terugzetten van aanpassingen. Het is belangrijk om dit vooraf te regelen met de woningcorporatie, zodat er geen onverwachte kostenposten ontstaan.
Welke wetgeving regelt de verantwoordelijkheid voor het terugzetten van woningaanpassingen na overlijden of verhuizing?
Er is geen landelijke regel die specifiek de verantwoordelijkheid vastlegt voor het terugzetten van woningaanpassingen. De verantwoordelijkheid ligt vaak bij de erfgenamen of de nieuwe eigenaar, afhankelijk van de situatie, het type woning en de contractuele afspraken.
Wat zijn de rechten van huurders met betrekking tot woningaanpassingen bij overlijden van de verhuurder?
Bij het overlijden van de verhuurder gaan de rechten en verplichtingen uit de huurovereenkomst over op diens erfgenamen. Zij kunnen de huurovereenkomst opzeggen, maar de aanpassingen die met Wmo-geld zijn gemaakt, blijven in principe van toepassing, tenzij de erfgenamen besluiten ze te verwijderen.